© Powered by SiteSpirit

 
logo.jpg

header.jpg

Uitbreiding bedrijventerrein de Werf en het naast gelegen terrein van voormalig auto/garagebedrijf Kroon

Slootdijk7 6.jpg

Willen wij dit zo ! ! !

In de vergadering van 26 januari stond dit onderwerp op de agenda van de gemeenteraadsvergadering. Er waren vele insprekers met vele opmerkingen en uiteindelijk is de raad tot de conclusie gekomen dat er nog te veel open einden waren en te veel onzorgvuldigheden in het voorgestelde vernieuwde bestemmingsplan. Er is van uit de raad een verzoek gedaan aan het College om nog het nodige uit te zoeken en alvorens het weer aan de raad voor te leggen eerst een werkvergadering te beleggen om het voorstel door te spreken.

Woensdag 3 maart is er een speciale werkvergadering over dit onderwerp geweest waarin alle bespreekpunten zijn besproken.
Zodra het verslag van deze werkvergadering beschikbaar is zal het op de site geplaatst worden.

Hieronder kunt u het verslag van de vergadering van 26 januari lezen en de bespreekpunten/antwoorden n.a.v. de gestelde vragen en opmerkingen;

Gedeelte uit het verslag ven de raadsvergadering gehouden 26 januari 2010 onderwerp;

7. Vaststellen van beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan Loenersloot- Binnenweg-Kerklaan

De voorzitter stelt het agendapunt aan de orde en zegt dat zich zeven insprekers hebben gemeld.
De voorzitter geeft eerst het woord aan de heer Hoogeboom.
 
De heer Hoogenboom zegt dat hij in de raad een lichte tweedeling proeft over het naleven van een bestemmingsplan. Hij heeft een tweetal zienswijzen ingediend. De eerste ging over zijn bedrijf, maar daarvan zijn de plannen nog niet helemaal concreet. Als die plannen concreet zijn, zal hij ze indienen. De raad kan dit beschouwen als een vooraankondiging. Zijn woning is ook niet goed ingetekend naar zijn mening, want de aan- en bijgebouwen zijn niet ingetekend. Waarschijnlijk wordt het platte gedeelte aan zijn woning bestempeld als aanbouw en dat is niet het geval. Hij wil graag weten met wie hij dit kan bespreken.

De heer Vesters had zich aangemeld als inspreker, maar blijkt niet aanwezig te zijn.

De heer Bon zegt dat hij het woord doet namens zijn ouders. De grond aan de Slootdijk die in het bezit is van zijn ouders, is daarvoor in het bezit van zijn opa geweest. Op een gegeven moment is de grond overgekocht door Rijkswaterstaat met ingebruikname van zijn vader en later heeft zijn vader die grond opnieuw gekocht inclusief de opstallen. Nu willen zijn ouders daar graag een woning bouwen.
In 2000 is er een plan geweest om daar twaalf woningen te bouwen ter vervanging van de spoorhuisjes.
De zienswijzen van 12 januari 2010 zijn door hem ontvangen en daarin staat dat het de Oostkanaaldijk 9 betreft en dat is niet juist, het betreft Slootdijk 16. Er stonden daar altijd meerdere woningen en een deel van die bebouwing staat er nog steeds, dus in zijn optiek is het nog steeds een bebouwde locatie.
De locatie grenst aan de bebouwing op de Kerklaan. Zoals het er nu uitziet is het geen fraai aangezicht voor het dorp en dit kan opgeknapt gaan worden, maar daarvoor moet dan wel de mogelijkheid geschapen worden om een woning te bouwen. De andere opstallen zullen dan verdwijnen.

Mevrouw Dielemans zegt dat het fijn is dat zij hier vanavond de ruimte krijg om in te spreken en zij doet dit met de instelling om een bijdrage te leveren aan het woon- en leefklimaat in de gemeente Loenen.
Zij spreekt namens de heer Gijsbert Boele en de heer Jacob Boele.
Hun gedeelde zorg betreft zowel het proces van de totstandkoming van het nieuwe bestemmingsplan Loenersloot-Binnenweg-Kerklaan als ook de inhoud van de voorgestelde wijzigingen. Het doel van haar inspraak is deze zorgen met de raad te delen. Zij is van mening dat het voorliggende, vernieuwde bestemmingsplan nog niet rijp is voor vaststelling door de raad. Zij wil dat verduidelijken met vier voorbeelden.

Het eerste voorbeeld gaat erover dat op de biologische melkveehouderij, adres Rijksstraatweg 205 in Loenersloot, twee stukken grond zijn, allebei met een globale oppervlakte van twintig bij tweehonderd meter, niet ondergebracht in het nieuwe bestemmingsplan, noch in het Bestemmingsplan Landelijk Gebied. Zij vraagt zich af of dit een toevalstreffer is of een structureel probleem. De heer Gijsbert Boele heeft dit hier op het gemeentehuis heeft gemeld, maar vervolgens heeft hij niet de indruk gekregen dat met deze melding iets wordt gedaan.

Het tweede voorbeeld
gaat erover dat bij de uitvoering van de biologische melkveehouderij onder meer rekening gehouden moet worden met de eisen van de Hinderwet. Een naast het bedrijf gelegen pand, een oude stal, kreeg de bestemming: "wonen", in het voorontwerp. De heer Boele heeft een zienswijze opgesteld. En uit de schriftelijke reactie hierop valt duidelijk op te maken dat het bestemmingsplan zal worden aangepast: "bestemming wordt weer agrarisch". Bij de nieuwste versie van het bestemmingsplan is de bestemming weer gewijzigd in wonen zonder dat hij hierover is ingelicht en met mogelijk voor de toekomst zeer vervelende consequenties voor de uitvoering van het bedrijf.

Het derde voorbeeld houdt in dat in de Nota van Wijzigingen wordt gesproken over het niet meer mogen parkeren in de bestemming ´tuin´, daar waar het woonpand behoort tot het "beschermd dorpsgezicht". Deze wijziging is echter niet ter inzage gelegd. De vraag is of voor diverse bewoners van Loenersloot dit de consequentie heeft dat ze hun auto niet meer bij hun huis kunnen parkeren, iets dat ze tot nu toe wel doen. De heer Jacob Boele vraagt zich af of dit wel rechtmatig is. De heer Boele sprak vorige week een andere bewoner en die wist ook van niets. Die bewoner had wel vorig jaar de gemeente gebeld met de vraag of het nieuwe bestemmingsplan voor hem de moeite waard was om naar te kijken en of er voor hem consequenties aan waren verbonden. Het antwoord was dat er geheel geen consequenties zijn en dat het uitsluitend een aantal min of meer formele aanpassingen betreft.

Het vierde voorbeeld gaat erover dat de heer Jacob Boele eigenaar is van het pand Rijksstraatweg 242 in Loenersloot. Hij heeft zijn zienswijze bekend gemaakt op het Ontwerp Bestemmingsplan conform de procedure. Hij ervaart de vaststelling van de maximale nokhoogte van de panden Rijksstraatweg 204 – 248, als 'redelijk willekeurig', waarbij hij zich benadeeld voelt.
Richtlijn bij de aanpassing zou zijn:
1. conserverend beleid.
2. afronden op halve of hele meters.
Van beide richtlijnen wordt duidelijk/opvallend afgeweken. De heer Boele heeft met de buren gesproken en er is een pand bij dat van acht naar zes meter gaat. Dat zal dus lager worden en dit is waarschijnlijk een fout. Maar er is ook een pand bij dat van acht naar negen meter gaat en een ander pand gaat van zeven naar negen meter. Sommige panden blijven gelijk, maar de heer Boele vraagt zich af of hij dan maar 0,2 meter mag verhogen en een ander anderhalve meter. De vraag van mevrouw Dielemans is hoe de regels in elkaar zitten (zie ook in de bijlage de tabel).

De heer Spruijt zegt dat hij spreekt namens Auto Spijker en namens Spruijt Investments.
Over Auto Spijker wil hij graag nog een keer onder de aandacht brengen dat hij een situatie wil creëren om wonen en werken goed naast elkaar te gaan plaatsen, zoals ook gebeurd is op de Rijksstraatweg 3.
Op het Slootdijkplan (waarvan het nummer is gewijzigd in 9), de showroom van de voormalig garage Kroon, wil hij erachter magazijn bouwen om een goede invulling te geven aan het terrein en hij heeft aangevraagd om dat op de erfgrens te mogen doen, want dan kan dat magazijn tevens als geluidsscherm dienen voor de buren. Daarnaast is de huidige situatie al op de erfgrens gebouwd en is er dus geen nieuwe situatie. Tevens wordt de ruimte maximaal benut en dat zal verrommeling tegengaan.
Wat hij wil zeggen over Spruijt Investments gaat over de uitbreiding van De Werf. Het gaat om de uitspraak van de raad aangaande de achterste strook langs het AmsterdamRijnkanaal. In het verleden is door de raad besloten om mee te werken aan uitbreiding van De Werf. In een motie die door de raad is aangenomen, is besloten dat er een strook groen aan de Westzijde van het bedrijfsterrein zal worden gesitueerd. Een stichting zal deze strook gaan beheren. Zijn vraag is duidelijkheid te scheppen tot waar deze groenstrook wordt gesitueerd.
De vraag is of het tot de bestaande bebouwing loopt of dat het loopt tot achter het nieuw te realiseren bedrijfsterrein door. Indien het laatste het geval is, zal De Werf niet uitbreiden, omdat daarmee alle financiële draagkracht onder de ontwikkeling wordt uit gehaald en van de uitbreiding zou de helft niet kunnen worden ontwikkeld. Reeds meerdere keren heeft hij hier aangegeven dat het een verkeerde beslissing is geweest van de raad. Als de groenstrook doorgetrokken wordt tot het einde van de nieuw te realiseren Werf, wordt dat de bom onder de ontwikkeling van De Werf. Als het zo is dat er een groenstrook komt, zou dit ook geen consistent beleid van de raad van Loenen zijn, omdat de ontwikkeling dan een mooie dood sterft. Hij verzoekt de raad antwoord te geven op zijn vragen.

Mevrouw Westveen zegt dat zij spreekt namens de Ondernemingsvereniging De Werf. De vereniging is ooit opgericht ter bevordering en bewaking van de kwaliteit van de werk- en woonomstandigheden op De Werf. Zoals de meesten van de raad weten, staat deze kwaliteit al jaren onder druk. Zij hoopt dat de definitieve vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan voor eens en voor altijd oplossingen zal bieden voor al jaren bestaande problemen en dat nu geen basis wordt gecreëerd voor nieuwe conflicten en slepende procedures. De nota zienswijzen en de nota van wijzigingen die nu voorliggen, hebben bij haar nog niet het vertrouwen gewekt dat het nu de goede kant op gaat. Zij is erg geschrokken van de grote hoeveelheid feitelijke onjuistheden die zij tegenkwam. Het bestemmingsplan zou voornamelijk conserverend van aard zijn en geregeld wordt verwezen naar het vigerende bestemmingsplan.
Er wordt gesteld dat in het vigerende bestemmingsplan categorie 3.2. is toegestaan en dat is onjuist. Het bestemmingsplan is gemaakt in een tijd dat de hele onderverdeling in subcategorieën nog niet bestond, dus kan men nu niet stellen dat 3.2. is toegestaan. Dit zou een opschaling betekenen in vergelijking met de huidige situatie en dat staat haaks op alles wat de raad hierover eerder heeft uitgesproken en besloten. Er wordt ook gesproken over goothoogten van 6.6. meter in het vigerende bestemmingsplan. Volgens haar was de goothoogte in het vigerende bestemmingsplan bepaald op vijf meter. Zo staan er nog wel meer fouten in de nota's en zij hoopt dat deze hersteld zullen worden. Zij wil erop wijzen dat het Kroonterrein in het vigerende bestemmingsplan niet tot bedrijventerrein De Werf behoort en dat de eigenaren van de percelen op dit terrein zich dus ook niet kunnen beroepen op wat in het vigerende bestemmingsplan De Werf is toegestaan, bijvoorbeeld wat het wonen betreft. Het voormalige Kroonterrein is in zijn totaliteit groter dan de hele Werf. Het terrein heeft altijd een eigen ontsluiting aan het begin van De Werf gehad en op het terrein is altijd voldoende eigen parkeergelegenheid geweest. Er is in de jaren dat Kroon en Maco beide in bedrijf waren op het terrein nooit een probleem geweest tussen gebruikers van De Werf en de gebruikers van het voormalige Kroonterrein. Nu worden de activiteiten van het nieuw te vestigen garagebedrijf, gezien het aantal geplande bruggen, verdrievoudigd, terwijl de perceelsgrootte meer dan gehalveerd is.
Het oorspronkelijke terrein was prima geschikt voor een groot garagebedrijf, maar er zijn delen verkocht en nu zijn er plannen voor een grote concentratie van bedrijvigheid op de rest van het terrein. Het is volgens de plannen de bedoeling dat er vanaf het terrein diverse in- en uitritten op De Werf komen.
Gezien de grote concentratie van nieuwe bedrijven op het oude Kroonterrein laat het zich raden dat 'parkeren op eigen terrein' voor wat betreft het voormalige Kroonterrein een illusie is en dat de huidige ontsluiting van de kleinere Werf hiermee ernstig overbelast zal worden.
De huidige Werf heeft voldoende parkeercapaciteit voor de zittende bedrijven. Mochten de plannen voor het voormalige Kroonterrein in de huidige vorm goedgekeurd worden, dan zal dit zonder enige twijfel leiden tot gebrek aan parkeerruimte op De Werf en overlast voor de zittende ondernemers en bewoners en naar verwachting ook voor bewoners van de Kerklaan.
Het is niet de bedoeling om de parkeer- en verkeersdruk van de nieuwe ontwikkelingen op het voormalige Kroonterrein af te wentelen op de gebruikers van de huidige Werf en zij verzoekt de raad dan ook met klem dat te voorkomen.
Dan staat in de nota van wijzigingen dat akoestisch onderzoek naar geluidsoverlast niet nodig zal zijn, ondermeer omdat bedrijfspanden in de Wet Geluidhinder niet worden aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. Dit is een vreemde uitspraak, omdat zich op De Werf nu al acht woningen bevinden. Als er een gemiddelde dichtheid is van meer dan één bedrijfswoning per hectare, en dat is dus zeker het geval op De Werf, dan zijn die bedrijfswoningen wel degelijk objecten waarmee rekening gehouden moet worden. Deze woningen moeten dezelfde bescherming krijgen tegen geluidsoverlast en allerlei andere overlast als burgerwoningen en daar is ook jurisprudentie over. De Werf staat kortom vol met geluidsgevoelige objecten en akoestisch onderzoek zal zeker nodig zijn.
Over de groenstrook had zij begrepen dat het de intentie van de raad was een groene zone te creëren tussen De Werf en de Kanaaldijk en vervolgens de groenstrook door te trekken. Zij zou het een en ander ook graag definitief gerealiseerd zien voor de herindeling. Dat wil zeggen dat er op korte termijn een stichting moet worden opgericht om de groenstrook te beheren.
Samenvattend:

zij wil graag oplossingen en geen nieuwe problemen en vraagt de raad met klem alle plannen nog eens zeer kritisch in dit te bezien.

De heer Sondaar zegt dat hij bewoner en eigenaar is van Slootdijk 7. Hij is als geboren en getogen Loenenaar zeer goed bekend met de situatie op het Kroonterrein en hij verbaast zich over het nieuwe bestemmingsplan en de aangevraagde bouwvergunningen.
Al vijfentwintig jaar geleden was hij bevriend met Pieter Kroon en kwam hij samen met hem geregeld bij zijn oom, de garagehouder Kroon, over de vloer.
Toen de showroom werd neergezet en de werkplaats achter op het terrein werd gebouwd was dit uiteraard een weloverwogen keuze.
De woning die hij thans bewoont was ook toen al een burgerwoning en geen bedrijfswoning zoals gesuggereerd werd. Op ruime afstand van de woning werd de werkplaats met een paar bruggen gebouwd en dichterbij de woning kwam de showroom. Met de huidige bouwplannen van de nieuwe eigenaar wordt het voormalige Kroon terrein geheel nieuw ingedeeld, vindt er een intensivering plaats en wordt het garagebedrijf drie keer verzwaard op een terrein dat nog niet de helft is van het oorspronkelijke terrein. Daarnaast wil hij de raad erop wijzen dat jurisprudentie aantoont dat, indien een bestaande situatie wijzigt, er sprake is van een nieuwe situatie en dat niet zomaar gesteld kan worden dat de huidige plannen ook doorgang kunnen vinden.
In de oude situatie was sprake van een showroom en niet van een werkplaats met negen bruggen. In de nieuwe situatie komt de werkplaats veel te dicht bij de woning te liggen en het dient op een afstand van minimaal honderd meter uit een burgerwoning te blijven. Hij verzoekt de raad nadrukkelijk om dit in ogenschouw te nemen. De raad zal het met hem eens zijn dat er een geheel nieuwe situatie ontstaat en dat als zodanig de activiteiten dus op minimaal honderd meter afstand moeten komen te liggen.
Overigens wil hij benadrukken dat hij niet tegen de huidige situatie is, maar dat een intensivering op deze schaal niet wenselijk is en ook niet toegestaan is conform de jurisprudentie. Wat betreft het antwoord van de gemeenteambtenaar dat er nu op de showroom een garagebestemming rust en dat daarmee de showroom omgebouwd mag worden tot werkplaats met negen hefbruggen, is hij het dan ook niet eens. Er was sprake van een garagebedrijf op een heel groot terrein en niet uitsluitend de showroom. Hij zal zich hier dus met de jurisprudentie in de hand tegen verzetten.
Een andere grote zorg is het aantal parkeerplaatsen dat nodig is om een dergelijk autobedrijf te huisvesten. Het voormalige Kroon Auto´s had een buitenterrein van wel vierduizend m² waardoor de bij het bedrijf behorende auto´s fatsoenlijk konden worden geparkeerd. De huidige bouwaanvraag laat slechts een aantal parkeerplaatsen toe, waarvan er zelfs twaalf getekend zijn op de ontsluitingsweg. Daarnaast is er in de nieuwe opzet helemaal geen buitenterrein meer, terwijl het bedrijf met negen bruggen in zwaarte en capaciteit verdrievoudigd wordt ten opzichte van de oude opzet. Hierdoor zal de gehele omgeving tot zelfs de Kerklaan toe last gaan ondervinden van de geparkeerde auto´s die bij het bedrijf horen omdat er op het terrein van het bedrijf zelf veel te weinig parkeerplaatsen zijn. Taferelen als op de Binnenweg in Loenersloot en de Singel in Vreeland zijn naar zijn mening geheel onwenselijk.
Verder ziet hij dat er gesproken wordt over een bedrijfswoning op het terrein. Daar is nooit sprake van geweest, want Kroon woonde zelf in zijn burgerwoning naast de showroom en er is nooit een extra woning geweest op het Kroonterrein. Er wordt aangegeven dat de woning voor tijdelijke krachten is, maar dit soort woningen zal ook in Loenen tot grote overlast kunnen gaan zorgen, denk hierbij aan het voormalige Motel Loenen.
Daarnaast maakt hij zich grote zorgen over de verdere invulling van het voormalige Kroonterrein. Een goothoogte van 6,60 meter zou worden toegestaan en dat geeft met een afwijking van 10% een hoogte van 7.2 meter. Een verwijzing naar het huidige bestemmingsplan begrijpt hij dan ook niet helemaal. Volgens hem is een nokhoogte van acht meter en een goothoogte van vijf meter momenteel toegestaan. Een goothoogte van 7,2 meter, 6,6 plus 10%, past wat hem betreft alleen in het buitengebied. Daarnaast wordt de boerderij waar hij nu woont in het boekje ´Monumenten inventarisatie Provincie Utrecht´ omschreven als monumentaal en zeer waardevol. Als hij naar de huidige plannen kijkt en daar het gebouw in plaatst volgens de huidige bouwaanvraag dan steekt dat heel ernstig af tegen de monumentale boerderij en is het beeld bepalende karakter geheel verdwenen. Hij kan zich voorstellen dat de raad dit niet wenselijk vindt en hij vraagt hier dan ook nadrukkelijk naar te kijken. Hij vraagt de raad dan ook het voorliggende bestemmingsplan zodanig te wijzigen dat dit soort ontwikkelingen nu en in de toekomst niet mogelijk worden.

De voorzitter geeft vervolgens het woord aan de heer Jellesma.
De heer Jellesma zegt dat hij bij de vorige twee bestemmingsplannen een gevoel van tevredenheid had, omdat het gevoel was dat er zorgvuldig is gekeken naar de bestaande situatie. In die kernen spelen veel minder problemen dan de afgelopen 20 jaar rondom het gebied waar dit om gaat. Hij constateert dat in de beantwoording van de zienswijze door het ambtelijk apparaat een groot aantal fouten staan. Er staat ook een interpretatie van de motie die destijds door mevrouw Hoek ingediend is voor wat betreft de groenstrook. Die groenstrook is een voortzetting van de groenstrook die de huidige Werf scheidt van het AmsterdamRijnkanaal en strekt zich voor de rest uit langs het AmsterdamRijnkanaal. Hij vindt dat er dan nog steeds sprake is van een grote uitbreiding. Grond wordt gekocht met een zeker risico en de gemeente is eraan gewend om bedrijventerreinen op een fatsoenlijke manier planologisch in te passen. Dat betekent dat er altijd groenstroken omheen lopen en zo gek is dat dus in dit geval niet.
Hij denkt dat de verwarring bij het ambtelijk apparaat is ontstaan, omdat de motie spreekt over het verkopen aan een stichting en dat kan alleen met het stuk dat eigendom is van de gemeente. Het is agrarische grond op dit moment en het heeft geen bouwbestemming.
Hij ziet in het plan van de heer Spruijt dat hij eigenlijk het stuk wat nu tot het buitengebied hoort, meegetekend heeft en dat valt eigenlijk buiten het huidige bestemmingsplan. In feite is alleen het perceel Kroon betrokken bij dit bestemmingsplan.
Naar de opmerkingen van mevrouw Dielemans moet goed gekeken worden. Hij herkende het verhaal over de hoogtes, want die hoogtes kloppen inderdaad niet. Eigenlijk moet er zoveel aangepast worden aan dit voorstel dat de raad zich moet beraden of dit voorstel in deze vergadering wel afgehandeld kan worden. Dit voorstel kan in ieder geval zo niet vastgesteld worden.
 
Mevrouw Hoek zegt dat zij aan de heer Spruijt wil vragen hoeveel van die strook dan nodig is zodat het geen bom meer is, maar wel op een manier dat een deel van die strook niet gebruikt hoeft te worden. Zij heeft altijd al gepleit voor een tweede ontsluiting. Nu zijn er twee ontsluitingen en niet eens de ontsluiting waar zij voor heeft gepleit en nu wordt zelfs de ontsluiting die er is terugbracht naar één ontsluiting en dat lijkt haar onzinnig. Zij denkt dat er zoveel vragen zijn over het voorstel dat het haar verstandig lijkt om het voorstel terug te nemen, eerst de vragen te beantwoorden en er dan in de volgende raad op terug te komen.
 
De heer Hulsman zegt over wat de heer Bon zei, dat het naar zijn idee ook niet gaat om Oostkanaaldijk 9 maar om het begin van de Oostkanaaldijk direct naast de laatste bebouwing na de Kerklaan. Er is geschetst door de heer Bon dat er in het verleden een mogelijkheid werd gecreëerd om daar een aantal woningen neer te zetten.
De provincie en de gemeente waren bereid om daar acht tot twaalf woningen neer te zetten. Nu vraagt de heer Bon om daar één woning te mogen zetten. In de reactie van het college staat dat het plan niet concreet is en dat sluit aan bij het begin van de discussie binnen deze raad. Op zich zou een bebouwing een redelijk verzoek zijn gezien de geschiedenis en de rode contour kan getrokken worden zoals de raad hem wil trekken. Hij wil dan ook meegeven aan de wethouder dat, als de heer Bon met een fatsoenlijk plan komt, daar serieus naar moet worden gekeken. Er staat ook dat de heer Bon wordt verzocht voor het plan voor de extra woning contact op te nemen met de afdeling Vrom. Dat heeft hij gedaan en toen werd hem gevraagd of hij nog vragen had.
De heer Hulsman heeft zich verbaasd over deze reactie van Vrom. Over De Werf wisten alle raadsleden dat dit bestemmingsplan een punt van discussie zou zijn. De Werf is een plan dat al heel lang speelt en het plan komt door allerlei oorzaken niet van de grond. Aan de andere kant is een aantal jaar geleden besloten dat De Werf 2 er moest komen. Uit de inventarisatie bleek dat er een behoefte was aan kavels voor een bedrijventerrein. Er is gestreden om de milieucategorie en als compromis is toen de categorie 3.2. vastgesteld.
De groenstrook is anderhalf jaar geleden, na tegenstemmen door de fractie van het CDA, uiteindelijk bestemd voor groen.
De fractie van het CDA heeft toen gezegd het niet te willen voorbehouden. Over het stuk waar het vanavond over gaat, is toen niet gesproken. Hij vindt het niet reëel dat de raad nu besluit om de lijn door te trekken, omdat het dan mooi past langs het fietspad en het kanaal. Hij vindt dat dat niet getuigt van realiteit, temeer ook omdat er steeds gezegd is in Loenen dat ondernemers de mogelijkheid moeten krijgen om te ondernemen. Nu ligt er een bestemmingsplan dat volgens de ondernemers krap is, omdat de goothoogte op maximaal 7.2 meter gehouden wordt. Hij kan zich goed voorstellen dat ondernemers die hier gaan investeren willen dat de gemeente zorgt dat ze ook kunnen ondernemen.
Het baart hem zorgen dat er veel fouten zitten in het voorstel en dat is onzorgvuldig. Er is ook gesproken over parkeren en ook dat kan een bron van zorg zijn. De heer Kroon had een showroom en garageactiviteiten, maar vooral een autohandel en tot aan de Straatweg stonden er auto´s.
Bij garage Spijker zal ook autohandel plaatsvinden, maar in feite is het een garagebedrijf. Als tot een goed plan gekomen kan worden, kan ook het parkeren naar zijn idee opgelost worden. Het is gewenst dat garage Spijker verhuist van de Mijndensedijk naar een andere locatie, maar alles wordt zo beperkt dat er geen ruimte meer is voor een parkeerterrein. Of er sprake is van geluidsoverlast zegt hij niet te kunnen beoordelen.
De heer Spruijt zegt dat de bebouwing op een dusdanige manier gebouwd kan worden dat het ook geluidwerend is en dat de buren en de omgeving er nauwelijks of geen last van zullen hebben.
De heer Hulsman is nog niet zover om het voorstel terug te trekken,maar aan de andere kant is zorgvuldigheid hier wel vereist.

De heer Verhage zegt dat hij van dit bestemmingsplan aanzienlijk minder vrolijk wordt dan van de andere twee. De heer Bon heeft een pleidooi gehouden om het doorgetrokken stukje van de Slootdijk bij het plangebied te trekken om woningbouw mogelijk te maken. Het hoort echter niet tot het plangebied en het bouwen van een aantal woningen op die plaats was een momentopname uit een proces van de verplaatsing van de spoorhuisjes aan de Westkanaaldijk en dat is later op een andere manier geregeld. Hij vindt het volkomen terecht dat in het bestemmingsplan aan die zienswijze geen gehoor is gegeven. Ook als het bij het plangebied getrokken wordt, wil de heer Verhage daar geen woningbouw mogelijk maken, maar dat is op dit moment in het bestemmingsplan ook niet aan de orde. Mevrouw Dielemans legt haar vinger op een aantal pijnlijke plekken voor wat betreft een aantal percelen met goot- en nokhoogtes en dat geeft de indruk dat er forse fouten in het bestemmingsplan zitten. Op zich is dat een reden om het bestemmingsplan op dit moment terug te halen, eerst de fouten te corrigeren, mede gebruik makend van de perceelinventarisatie die mevrouw Dielemans heeft gemaakt.
Wat hij nog veel erger vindt, is dat bij het industrieterrein Kerklaan hele grove fouten zijn gemaakt. Als er zomaar, op basis van een inspraakreactie, van categorie 3.1 naar 3.2. gegaan wordt, worden daarmee onder andere fabrieken voor smeerolie en vetten, persdrukkerijen en houtzagerijen mogelijk gemaakt. Dat kan naar zijn idee nooit de bedoeling geweest zijn voor het bedrijventerrein.
Eerder is categorieDe Werf 2 3.1 vastgesteld en bij het vaststellen van de categorieën is één nuance aangebracht en dat was de problematiek van transportbedrijf van Ekeris.
Dat bedrijf zat in een hogere categorie en daarvan is gezegd dat, als bedrijventerrein  ontwikkeld zou gaan worden, er een mogelijkheid ingebouwd zou worden dat er op een bepaald stukje van De Werf 2 een hogere categorie mogelijk zou zijn uitsluitend om van Ekeris te kunnen huisvesten.
Als van Ekeris daar geen gebruik van maakt, wordt ook daar teruggegaan naar categorie 3.1. Hij vindt dit een dusdanig grote fout in de beantwoording van de zienswijzen dat het college het bestemmingsplan moet terugnemen en het over moet doen.
Wat hij nog mee wil geven, is dat de heer Spruijt zegt dat als de groenstrookSpruijt doorgetrokken wordt, de knelzittende bedrijven in Loenen daar niet mee geholpen zijn. De heer Verhage denkt dat de heer  daar een punt heeft. Er is een bepaald oppervlak nodig om die knelpunten, die indertijd ook in de motie zijn benoemd, te kunnen huisvesten. Hij is zich er wel van bewust dat er in de raad is gezegd dat een klein stukje van die groenstrook aan de fietspadzijde achter de bestaande bebouwing naar een stichting zou gaan. Hij hecht er overigens aan, als die grond vervreemd wordt aan een stichting, dat de raad over de keuze van de stichting een oordeel geeft.
En dan gaat het niet over het stukje groen aan de noordzijde van De Werf. Daar is de afspraak over gemaakt met de inwoners bij de inrichting van De Werf, dat dat altijd een groenstrook zou blijven en dat is vorige keer in de uitspraak ook niet meegenomen. Hij stelt zich voor dat dat stuk in onderhoud blijft bij de gemeente, evenals het driehoekje aan de Kerklaankant, want dat heeft wel degelijk de functie om het geheel wat aan het zicht te onttrekken. De bedrijven die in 1984 grond hebben gekocht, hebben de mogelijkheid in de verkoopaktes gekregen om er een bedrijfswoning bij te plaatsen.
Het terrein Kroon had een heel ander regime, want Kroon heeft daar faciliteiten gekregen voor een showroom en daarmee heeft hij ook de grond verkocht die later door de gemeente is uitgegeven. Het bedrijf Kroon is opgehouden op die locatie in die hoedanigheid te bestaan en dat terrein wordt bij het bestemmingsplan getrokken. Dat wil nog niet zeggen dat woningbouw op die locaties mogelijk wordt gemaakt.

De heer Verhage pleit er voor om dat, conform een uitspraak die in een eerder stadium is gedaan, niet meer te doen. Met het toestaan van de bedrijfswoningen zijn een aantal entiteiten bij elkaar gevoegd die op gespannen voet met elkaar staan, want het wonen in een bedrijfswoning en het wonen zoals het daar gebeurt is niet hetzelfde.
Als bedrijven met bedrijfswoningen worden gecombineerd met categorie 3.2. bedrijven zal het daar niet goed gaan als de bewoning uitgebreid wordt. Dit is bij elkaar voor zijn fractie voldoende reden om dit bestemmingsplan terug te verwijzen naar het college en er vanavond geen besluit over te nemen.

De heer Buitenga zegt dat hij het college wil vragen uitgebreid antwoord te geven op de vragen gesteld door de insprekers en om in te gaan op de opmerkingen die door zijn voorgangers zijn gemaakt. Wat zijn fractie betreft is de situatie zo dat er veel reden is om het bestemmingsplan nu niet vast te stellen, maar hij is erg benieuwd naar de visie van het college daar op, want zorgvuldigheid staat voorop.

De voorzitter vraagt aan wethouder Rehbock of zij een schorsing wil. Wethouder Rehbock zegt dat zij een aantal zaken wel naar tevredenheid kan beantwoorden, maar er zijn een aantal essentiële zaken aan de orde geweest en zij denkt dat er schriftelijk gereageerd moet worden. Zij wil schorsen om binnen het college hierover te overleggen.
De voorzitter schorst de vergadering.

De voorzitter heropent de vergadering en geeft vervolgens het woord aan wethouder Rehbock. Wethouder Rehbock zegt dat het college vindt dat een deel van de vragen goed te beantwoorden en te weerleggen is, maar de raad heeft gelijk dat het om heel veel cruciale punten gaat en zij denkt dat het goed is bij sommige punten de beantwoording aan te scherpen.
Het college heeft gekeken of de raad van februari voor deze beantwoording haalbaar zou zijn, maar dat is een heel korte periode, dus het college streeft naar de raad van maart om met een aangepast voorstel te komen.
De vragen worden geïnventariseerd, daar worden antwoorden op gemaakt en dat wordt aan de raad toegestuurd om opnieuw een discussie over te hebben.
De heer Jellesma zegt dat er een risico is op het moment dat het college in de raad van maart weer met een compleet voorstel komt, terwijl over grote wijzigingen gepraat wordt. Hij heeft de behoefte om dat in de tussentijd in de vorm van een werkvergadering eerst te bespreken. Als het voorstel in de raad van maart komt moet het besluitrijp zijn.
De heer Verhage zegt dat hij dat voorstel van de heer Jellesma steunt en met name ook ingegeven door het feit dat het oorspronkelijke bestemmingsplan een aantal planvoorschriften had die redelijk uitgekristalliseerd waren.
Naar aanleiding van de zienswijzen is er zoveel gewijzigd, dat mensen die aanvankelijk niet de behoefte hadden om een zienswijze in te dienen, dat nu ineens wel hebben en hij vindt dat die in de gelegenheid gesteld moeten worden om op de grote wijziging van categorie 3.1. naar 3.2. alsnog een zienswijze in te kunnen dienen. Een werkvergadering lijkt hem heel nuttig. Wethouder Rehbock vraagt of het de bedoeling is dat de werkvergadering openbaar is, waarbij inwoners ook kunnen inspreken, want dat kan volgens haar niet, omdat de procedure niet overgedaan kan worden.
De voorzitter zegt dat de procedure alleen kan worden aangehouden.
De heer Jellesma zegt dat hij benaderd is de afgelopen dagen door een aantal inwoners dat geschrokken was van de beantwoording van de zienswijzen, maar de procedure kan niet opnieuw gedaan worden met insprekers.
De heer Verhage zegt dat in zijn beleving een werkvergadering heel goed openbaar kan zijn en dan kunnen een aantal dingen meegenomen worden.
De heer Hulsman zegt dat zijn fractie ook wel instemt met uitstel, want hij denkt dat dat zinvol is en ook recht doet aan de zorgvuldigheid. Hij hecht er ook waarde aan om als raad dingen af te stemmen en dat hoeft voor hem in eerste instantie niet openbaar. In een werkvergadering kan naar elkaar geluisterd worden om tot elkaar te komen en om een juist bestemmingsplan te krijgen waar iedereen zich in grote lijnen in kan vinden als leidraad voor de toekomst. Hij is dus voor uitstel en voor een werkvergadering.
Mevrouw Hoek zegt haar fractie daar ook mee instemt. Wat zij nog wil meegeven is dat op bladzijde 7 van het voorstel punt 1.2.1.3 staat De Werf 7a en dit moet zijn Slootdijk 7a. Zij vindt dat dit direct meegenomen kan worden.
De heer Jellesma zegt dat dat inmiddels Slootdijk 9 is.
De heer  Buitenga zegt dat zijn fractie het een verstandige beslissing vindt van het college om in te stemmen met het uitstel, maar hij betreurt dat het nodig is. Zijn fractie vindt ook een werkvergadering een prima idee en zijn voorkeur gaat naar openbaar als het mogelijk is.
De voorzitter concludeert dat de behandeling van het bestemmingsplan opgeschort wordt. Het voorstel wordt aangehouden en het college gaat zich beraden op de opmerkingen die gemaakt zijn in de eerste termijn en de opmerkingen die gemaakt zijn door de insprekers.
Het college komt dan met een nota van wijzigingen en die nota wordt besproken in een werkvergadering. De besluitvorming van het voorstel vindt plaats in de raad van maart.
Wethouder Rehbock vraagt of het een openbare werkvergadering zal worden. Inwoners mogen wat haar betreft op de tribune aanwezig zijn, maar er zal geen gelegenheid meer zijn om in te spreken. De voorzitter concludeert dat er geen inspraak meer mogelijk zal zijn. De heer Jellesma zegt dat zich inderdaad geen nieuwe inspraakronde meer kan voordoen. De heer Verhage zegt dat er formeel geen besluiten genomen worden in een werkvergadering, maar er worden soms toch richtingen ingeslagen en hij vindt dat dit soort processen in de openbaarheid moeten plaatsvinden.
De voorzitter schort het agendapunt op conform hetgeen is afgesproken.
 


Slootdijk7 3.jpg

NEE

Hieronder de antwoorden op de gestelde vragen die in de werkvergadering zullen worden besproken

Bespreekpunten werkvergadering Raad  

1.
      Zienswijze dhr. Bon, naam adres Oostkanaaldijk 9 is niet juist in Nota zienswijzen opgenomen. Dit moet zijn Slootdijk 6. Ligt buiten plangebied, maar kan dit er ook binnen? 1)
De benaming van het perceel in de Nota zienswijzen wordt aangepast naar Slootdijk 6. Dit perceel ligt in het vigerende bestemmingsplan Landelijk Gebied 2003. Bij de opdrachtverlening zijn de grenzen voor de bestemmingsplannen voor de stedelijke gebieden gebaseerd op de grenzen van het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2003. Om deze reden is het perceel buiten het plangebied van het nieuwe bestemmingsplan gelaten. Voor de ligging in het bestemmingsplan Landelijk.

Het perceel heeft in het vigerende bestemmingsplan Landelijk Gebied 2003 geen bouwvlak. Het realiseren van een bouwvlak in het landelijk gebied is in strijd met het provinciale beleid. De provincie zal niet akkoord gaan met het opnemen van een bouwmogelijkheid voor dit perceel en waarschijnlijk een reactieve aanwijzing geven voor het perceel. Daarbij zouden eventuele onderzoeken een zodanige vertraging voor de rest van het plan opleveren dat meenemen niet wenselijk moet worden geacht. Het meenemen van het perceel is eveneens niet in de lijn met het afhouden van andere, door burgers of bedrijven gewenste ontwikkelingen. Ontwikkelingen zijn meegenomen als ze voldoende concreet waren. Het alsnog meenemen van het plan zorgt voor rechtsongelijkheid ten opzichte van andere gewenste ontwikkelingen. Geadviseerd wordt om de ontwikkeling buiten het bestemmingsplan L-B-K te houden en los van het bestemmingsplan te beoordelen.  

2.      Opmerking raadslid mevr. Hoek en inspreker dhr. Sondaar, naam adres De Werf 7a is niet juist, moet zijn Slootdijk 9. Deze adressering zal worden aangepast in de Nota zienswijzen en in de toelichting.  

3.     
Bedrijfswoningen op De Werf. 1) Bedrijventerrein De Werf is in het verleden tot ontwikkeling gekomen door middel van een drietal ruimtelijke plannen. Het perceel Kroon behoort tot het bestemmingsplan Kerklaan. Het overige deel van De Werf is door middel van een tweetal uitwerkingsplannen tot stand gekomen. In het bestemmingsplan Kerklaan heeft het perceel Kroon de bestemming "bedrijven: garagebedrijf". Binnen deze bestemming is een bedrijfswoning toegestaan onder voorwaarden, zoals blijkt uit onderstaande regeling. Het betreft hier een mogelijkheid voor het oprichten van een bedrijfswoning binnen de bestemming "Bedrijven: garagebedrijf". De woning op het perceel Slootdijk 7 van de heer Sondaar is in hetzelfde bestemmingsplan Kerklaan bestemd met de bestemming "Woondoeleinden". De woning van de heer Sondaar is uitdrukkelijk niet de bedrijfswoning van het autobedrijf. De mogelijkheid van het realiseren van een bedrijfswoning is dan ook opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Het niet opnemen van de mogelijkheid tot het oprichten van een bedrijfswoning in het nieuwe bestemmingsplan wordt vanuit het oogpunt van planschade en rechtsongelijkheid niet geadviseerd.   2) De bedrijfswoningen op de andere percelen op De Werf zijn opgenomen in de uitwerkingsplannen voor het gebied. Per bedrijf is een bedrijfswoning toegestaan. Deze mogelijkheid blijft in het nieuwe bestemmingsplan gehandhaafd om dezelfde reden als de bedrijfswoning bij het perceel Kroon. Een aanpassing in de regels is nog wel noodzakelijk, maar zal in punt 4 nader worden toegelicht.  

4.      De milieucategorie op het bedrijventerrein De Werf, inclusief perceel Kroon; Het is mogelijk om het perceel van Kroon en het toekomstig perceel voor het schadeherstelbedrijf tot autobedrijf te bestemmen. De terreinen krijgen dan de bestemming ´Bedrijf´ met de aanduiding ´specifieke vorm van bedrijf – autobedrijf´. In de regels kunnen vervolgens alle mogelijke activiteiten die ook in het vigerende bestemmingsplan op dit perceel mogelijk zijn, vastgelegd worden, dus ook de verkoop van auto's. Het breder trekken van de activiteiten/bedrijven dan auto-gerelateerd is dan niet mogelijk.   De bedrijfsunits zouden dan breder bestemd kunnen worden met de bestemming ´Bedrijf´ en alleen milieucategorie 3.1. Er ontstaat dan geen planschade omdat de vigerende rechten gerespecteerd worden.  

5.
      Perceel Kroon is gesplitst, gelden de regels (o.a. bedrijfswoningen, bouwpercentage etc.) dan nog steeds? 1) Het splitsen van het perceel is een privaatrechtelijke aangelegenheid. Ondanks de splitsing dienen het gebruik en de bebouwing van de percelen te passen binnen de kaders van het bestemmingsplan. In de huidige situatie mag slechts één bedrijfswoning op het perceel Kroon worden gerealiseerd. Om dit te handhaven dienen de planregels van de bestemming "Bedrijf" van het nieuwe bestemmingsplan te worden aangepast. In het voorliggende ontwerp kunnen bedrijfswoningen worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding bedrijfswoning. Voorgesteld wordt om dit te regelen zodat er één bedrijfswoning per bedrijf mogelijk is ter plaatse van de aanduiding bedrijfswoning. Dit komt als volgt in de bestemmingsomschrijving van de bestemming bedrijf: - Één bedrijfswoning per bedrijf ter plaatse van de aanduiding bedrijfswoning.- Voor het perceel Kroon zal hiervoor een uitzondering worden gemaakt, omdat in het vigerende bestemmingsplan slechts één bedrijfswoning mogelijk is op dit hele perceel. Bij splitsing van het perceel ten behoeve van meerdere bedrijven zouden dit er meer kunnen worden, indien de regeling die momenteel in het nieuwe bestemmingsplan zit, wordt gehandhaafd. Dit kan gewijzigd worden in de volgende bestemmingsomschrijving: - In afwijking van het bepaalde in (hier wordt het sublidnummer van de aanduiding bedrijfswoningen genoemd) mag ter plaatse van de aanduiding ´autobedrijf´ (deze aanduiding geldt voor het perceel Kroon en het schadeherstelbedrijf) maximaal één bedrijfswoning worden gerealiseerd -.   2) Het bebouwingspercentage blijft onveranderd en geldt voor alle percelen. Door de splitsing kan het zo zijn dat als één bedrijf een groot deel van zijn perceel bebouwd het naastgelegen perceel minder kan bebouwen. Dit is inherent aan het vasthouden aan het bestaande bebouwingspercentage voor verschillende percelen.  

6.      Parkeren nieuw autobedrijf op eigen terrein, opslag verbieden? 1) Parkeren ten behoeve van de bedrijven die worden gerealiseerd door de bouwplannen dient plaats te vinden op eigen terrein. Dit is ook zo opgenomen in het bestemmingsplan en de onderbouwing voor de bouwplannen op het perceel Kroon. Overigens voldoen de bouwplannen aan de landelijke parkeernorm (zie punt 7).   2) Indien buiten het eigen terrein wordt geparkeerd ten behoeve van de bedrijven die op het perceel Kroon gevestigd worden, dan zal hier tegen opgetreden moeten worden. Via het bestemmingsplan is dit lastig, omdat parkeren op de bestemming "Verkeer" nu eenmaal mogelijk is. Slechts als er sprake zal zijn van langdurig en/of herhaaldelijk parkeren buiten het eigen terrein van deze bedrijven kan handhaving op basis van het bestemmingsplan een oplossing bieden. Als er op een wijze geparkeerd wordt die niet strookt met de inrichting van de openbare ruimte en actie hiertegen gewenst is dan zal de politie hier tegen op moeten treden.   3) Het stallen van auto's op het terrein van een autobedrijf behoort tot de bedrijfsvoering. Als stalling van auto's buiten niet gewenst is dan kan worden gekozen voor een verbod van buitenopslag, omdat het stallen van de auto's bij een autobedrijf wordt aangemerkt als opslag. Hierdoor wordt de bedrijfsvoering van een autobedrijf bijna onmogelijk gemaakt. Indien buiten het terrein wordt geparkeerd ten behoeve van het autobedrijf, dan wordt in punt 2 aangegeven wat de mogelijkheden zijn om hier tegen op te treden.  

7.
      Ontsluiting van en parkeren op de Werf; De bouwplannen zijn voorgelegd aan de medewerker Verkeer van de afdeling Civiel van de gemeente met de vraag om te kijken of de huidige ontsluiting tot problemen zal leiden indien de bouwplannen worden gerealiseerd. De beoordeling was dat dit niet het geval zal zijn. De bestaande ontsluiting is reeds in het vigerende plan opgenomen en heeft voldoende capaciteit voor de afwikkeling van het verkeer, inclusief de toename door de bouwplannen. Ook bij eventuele calamiteiten en onderhoud wordt de bestaande weg als voldoende ontsluiting geacht.   De bouwplannen voldoen daarnaast aan de parkeernorm, zoals te vinden is in de ASVV 2004 (Aanbevelingen Stedelijke Verkeersvoorzieningen). Hierdoor zal het voor de betreffende bedrijven niet nodig zijn om op openbaar terrein te parkeren. Hierin zal op eigen terrein in ruime mate aan worden voldaan. Zie onderstaande tabel:

Ontwikkeling Oppervlakte


Parkeernorm
Te realiseren aantal Schadeherstel-bedrijf 358,3 m² 9 tot 10 11 Bedrijfsverzamelgebouw 1082,3 m² 9 tot 18 23 Slootdijk 9 autobedrijf 1440 m² 36 tot 40 57  

8.      Toename aantal bruggen voor nieuw bedrijf op perceel voormalig autobedrijf Kroon; Het aantal bruggen dat na realisatie van de bouwplannen aanwezig is, is niet relevant ten aanzien van het bestemmingsplan, maar zegt iets over de bedrijfsvoering. Bepalend voor het bestemmingsplan zijn het bebouwingspercentage (blijft gelijk) en de milieucategorie (een autobedrijf blijft mogelijk). Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het reeds mogelijk om meerdere bruggen in een autobedrijf te realiseren zolang wordt voldaan aan het bebouwingspercentage en de milieucategorie uit het vigerende bestemmingsplan. Naast het bestemmingsplan gelden ook de voorwaarden van de Milieuvergunning (twee sporen-beleid). Deze voorwaarden hebben direct betrekking op de bedrijfsvoering. In het kader van de Milieuvergunning zal beoordeeld worden of de bedrijfsvoering met meerdere bruggen toelaatbaar is.  

9.      Toename maximale goothoogte perceel voormalig autobedrijf Kroon; De toename van de maximale goothoogte op het perceel voormalig autobedrijf Kroon, Slootdijk 9 is noodzakelijk om een goede bedrijfsvoering mogelijk te maken en komt voort uit eisen die in de huidige tijd aan bedrijfsbebouwing worden gesteld. Ook op het bedrijventerrein Angstelkade wordt gewerkt met hogere maximale goothoogten. Overigens wordt de maximale goothoogte niet volledig verhoogd conform de goothoogte uit het bouwplan waarvoor de verhoging noodzakelijk is. De opgenomen maximale goothoogte zorgt dat aan één van de bouwplannen alleen via een binnenplanse ontheffing medewerking kan worden verleend. Er wordt gekozen voor een binnenplanse ontheffing en niet voor directe bouwmogelijkheid om een goothoogte van maximaal 7,2 m te realiseren, omdat de ontwikkelaar nog met de gemeente een aantal zaken dient af te handelen zoals de ondertekening van een planschade-overeenkomst.  

10.  Maximale bouwhoogte en maximale goothoogte woningen zowel op De Werf als aan de Rijksstraatweg; De Werf: De bedrijfsgebouwen aan de zijde van het Amsterdam-Rijnkanaal op De Werf hebben in het vigerende bestemmingsplan een maximale goothoogte van 5 m met een maximale verhoging tot 6 m voor 20% van de bedrijfsgebouwen. De maximale bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen bedraagt 8 m. Uit de inventarisatie ter plaatse is echter gebleken dat de goothoogten maximaal circa 6 m zijn en de bouwhoogten circa 10 m.

Bovendien blijkt de overschrijding van de maximale bouwhoogte ook uit de verleende bouwvergunningen. Rijksstraatweg: De woningen aan de Rijksstraatweg zijn allen nogmaals bekeken met het vigerende bestemmingsplan qua maximale bouwhoogte, op verzoek van de bewoner (dhr. Boele) van het adres Rijksstraatweg 242.
Bij twijfelgevallen is gekeken naar de bouwvergunning. Bij bestemmingsplannen is het gebruikelijk om de maximale bouwhoogtes af te ronden op hele of halve cijfers. Een verschil ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan is zodoende niet schadelijk geacht. De halve meter zorgt alleen voor iets meer ruimte als de woning opnieuw gebouwd wordt. Bij bestaande woningen kan niet direct een verdieping worden bijgebouwd. Deze methodiek is ook bij de vastgestelde bestemmingsplannen voor Vreeland en Nigtevecht gehanteerd. De hoogtes van de woningen zijn daarom als volgt:  

- Rijksstraatweg 248:
Het adres Rijksstraatweg 248 heeft in het vigerende bp een max. bouwhoogte van 4,5 m en in het nieuwe bp van 5 m. Bij de inventarisatie is de bouwhoogte bepaald op 5 m. Vanuit het oogpunt van overgangsrecht is gekozen om de hoogste bouwhoogte op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan.

- Rijksstraatweg 242:
Het adres Rijksstraatweg 242 heeft in het vigerende bp een max. bouwhoogte van 5,8 m en is in het nieuwe bp afgerond op een max. bouwhoogte van 6 m, dit blijft derhalve ongewijzigd.

- Rijksstraatweg 238:
Het naastgelegen adres Rijksstraatweg 238 heeft in het vigerende bp een max. bouwhoogte van 6,5 m en in het nieuwe bp een max. bouwhoogte van 6,5 m, dit blijft derhalve ongewijzigd. - Rijksstraatweg 236: Het adres Rijksstraatweg 236 heeft in het vigerende bestemmingsplan een maximale bouwhoogte van 6,5 m en had in het nieuwe bp een max. bouwhoogte van 7 m. Na bestudering van de bouwvergunning blijkt dat de bouwhoogte 6,4 m is. Hierdoor wordt de maximale bouwhoogte op 6,5 m gesteld in het nieuwe bestemmingsplan.

- Rijksstraatweg 234:
Het adres Rijksstraatweg 234 heeft in het vigerende bestemmingsplan een maximale bouwhoogte van 6,5 m en heeft in het nieuw bp een max. bouwhoogte van 8 m. Uit de inventarisatie van het nieuwe bp is gebleken dat de alhier gebouwde woning een bouwhoogte van 8 m heeft. Onderzoek naar de destijds verleende bouwvergunning laat zien dat in de bouwvergunning een bouwhoogte van 8 m is opgenomen. Hierdoor vindt een wijziging ten opzichte van het vigerende bp plaats, maar wordt aan de bestaande situatie recht gedaan. Hierdoor kan verwarring zijn ontstaan bij de heer Boele.
 
- Rijksstraatweg 230 en 232:
Het adres Rijksstraatweg 230 en 232 heeft in het vigerende bestemmingsplan een max. bouwhoogte van 8 m en in het nieuwe bestemmingsplan een max. bouwhoogte van 6 m. Doordat de vigerende bestemmingsplankaart zeer lastig te lezen is, is bij het bepalen van de max. bouwhoogte voor het nieuwe bp uitgegaan van de inventarisatie. Gebleken is dat het vigerende bestemmingsplan een hogere bouwhoogte toestaat dan er in de huidige situatie aanwezig is. Dit verschil deed de heer Boele twijfelen aan de max. bouwhoogten in het nieuwe bp. Hier zal een aanpassing op plaatsvinden.

- Rijksstraatweg 228:
Het adres Rijksstraatweg 228 heeft in het vigerende bp een max. bouwhoogte van 7,5 m en in het nieuwe bp van 8 m. Bij de inventarisatie is de bouwhoogte bepaald op 8 m. Vanuit het oogpunt van overgangsrecht en planschade is gekozen om de hoogste bouwhoogte op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan.

- Rijksstraatweg 226:
Het adres Rijksstraatweg 226 heeft in het vigerende bp een max. bouwhoogte van 5,5 m en in het nieuwe bp van 6 m. Bij de inventarisatie is de bouwhoogte bepaald op 6 m. Vanuit het oogpunt van overgangsrecht en planschade is gekozen om de hoogste bouwhoogte op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan.

- Rijksstraatweg 224:
In het vigerende bp heeft dit perceel een max. bouwhoogte van 8 m. Op de bouwtekening bij de bouwvergunning is een hoogte van 9 m aangegeven. Deze hoogte is in het nieuwe bestemmingsplan opgenomen.

- Rijksstraatweg 216:
Bij dit perceel komen de maximale bouwhoogten uit het vigerende bestemmingsplan en de inventarisatie overeen. Aanpassingen zijn dan ook niet nodig.

- Rijksstraatweg 214:
Bij dit perceel komen de maximale bouwhoogten uit het vigerende bestemmingsplan en de inventarisatie overeen. Aanpassingen zijn dan ook niet nodig. - Rijksstraatweg 208: In het vigerende bp heeft dit perceel een max. bouwhoogte van 6,5 m. Tijdens de inventarisatie is gebleken dat vooral het achterste deel deze maximale bouwhoogte overtreft. In het archief van de gemeente is geen bouwtekening gevonden. Op basis van de inventarisatie is geadviseerd hier een grotere maximale bouwhoogte op te nemen dan in het vigerende bp is opgenomen, zodat recht wordt gedaan aan de bestaande situatie.

- Rijksstraatweg 206:
In het vigerende bp heeft dit perceel een maximale bouwhoogte van 7 m. Tijdens de inventarisatie is deze maximale bouwhoogte ingeschat op 9 m. Op de bouwtekening bij de bouwvergunning is een nameting verricht, waaruit een hoogte van 8 m is gebleken. Geadviseerd wordt deze laatste hoogte op te nemen als maximale bouwhoogte voor dit perceel.

- Rijksstraatweg 204:
In het vigerende bp is een maximale bouwhoogte van 6 m opgenomen. Tijdens de inventarisatie is de maximale bouwhoogte ingeschat op 7 m. Nameting op de bouwtekening van de bouwvergunning geeft een bouwhoogte van 6,8 m. Geadviseerd wordt om een maximale bouwhoogte van 7 m voor dit perceel op te nemen.  

11.  Inspreker Hoogenboom heeft aangegeven dat het bouwvlak van zijn woning niet klopt omdat een onderdeel van de woning onterecht is aangewezen als aanbouw; Het bouwvlak dat is opgenomen, komt overeen met het bouwvlak uit het vigerende bestemmingsplan. De bestaande rechten worden geconsolideerd voor het perceel van de heer Hoogenboom.  

12.  Stukje grond dat als groen/natuur beschikbaar moet blijven en al dan niet doorgetrokken moet worden aan de westzijde van De Werf;   Het stuk groen/natuur waarover de raad in januari 2009 een motie heeft aangenomen is in het bovenstaande kaartje rood omcirkeld en heeft bestemming "Groen". Het stuk land daaronder is bestemd als "Agrarisch" en zal mogelijk een rol spelen bij de uitbreiding van De Werf.  

13.  Uitbreiding van De Werf; De discussie hierover dient plaats te vinden indien de uitbreiding daadwerkelijk aan de orde is en niet in het kader van het bestemmingsplan Loenersloot-Binnenweg-Kerklaan.  

14.  Woningen Rijksstraatweg 207/207a naast agrarisch bedrijf op kasteelterrein L´sloot; De verwarring van de heer Boele is begrijpelijk. Het huidige gebruik van de panden is wonen. Ten grondslag aan het nieuwe bestemmingsplan ligt onder meer het bestemmingsplan Loenersloot. Hierin hebben de woningen naast het agrarische perceel van de heer Boele de bestemming "Agrarische bouwperceel". Na intekening in het voorontwerp-bestemmingsplan op basis van deze inventarisatie (als bestemming ´wonen´) heeft de heer Boele een inspraakreactie ingediend. Aan de heer Boele is doorgegeven dat de bestemming "Wonen" naar "Agrarisch" zou worden gewijzigd.   Ten tijde van het opstellen van het ontwerp-bestemmingsplan is echter gebleken dat het vigerende bestemmingsplan voor de panden niet het bestemmingsplan Loenersloot is, maar het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2003. Dit misverstand is ontstaan doordat de gronden op detailkaarten van dit bestemmingsplan zijn bestemd. In het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2003 hebben de gronden de bestemming "Woondoeleinden" gekregen. De gebouwen zijn namelijk ook omgezet naar burgerwoningen en worden ook als zodanig gebruikt. Het nieuwe bestemmingsplan Loenersloot-Binnenweg-Kerklaan neemt deze (reeds geldende) bestemming daarom over. Helaas heeft dit voor verwarring bij de heer Boele gezorgd. De kwestie is inmiddels mondeling aan de heer Boele uitgelegd.  

15.  Aanwezigheid "witte vlekken" agrarisch bedrijf Rijksstraatweg 205; De conclusie dat er "witte vlekken", oftewel niet-bestemde gronden ontstaan door de keuze van de plangrens van het bestemmingsplan Loenersloot-Binnenweg-Kerklaan is niet correct. De gronden waarop mevrouw Dielemans doelt, zijn opgenomen in het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2003 en wel op de detailkaarten. Het feit dat de gronden op detailkaarten zijn ingetekend, heeft waarschijnlijk de verwarring bij mevrouw Dielemans veroorzaakt. De kwestie is inmiddels mondeling aan de heer Boele uitgelegd.  

16.  Situatie van de heer Sondaar ten opzichte van mogelijke ontwikkelingen op perceel voormalig autobedrijf Kroon; 1) Het verschil tussen het nieuwe bestemmingsplan en het vigerende bestemmingsplan zit voor de heer Sondaar met name in het feit dat de maximale goothoogte ten dele toeneemt. In het vigerende plan was de maximale goothoogte 5 m en voor 20% van de toegestane bebouwing mag de maximale goothoogte 6 m zijn. In theorie kan de bedrijfsbebouwing aan de zijde van het perceel van de heer Sondaar op dit moment conform het vigerende bestemmingsplan worden gebouwd met een maximale goothoogte van 6 m. In het nieuwe bestemmingsplan zal de maximale goothoogte 6,6 m worden. De 10% ontheffingsmogelijkheid voor de maximale goothoogte is van toepassing op zowel het nieuwe als het vigerende bestemmingsplan. Hierin schuilt geen verschil.   2)
Een ander verschil is dat het gebruik van het perceel Kroon wordt verruimd. In het vigerende bestemmingsplan is alleen het gebruik als garagebedrijf toegestaan. Dit is in het nieuwe bestemmingsplan ook mogelijk voor het terrein van Kroon en het schadeherstelbedrijf (indien wordt ingestemd met het voorstel uit punt 4). Alleen bij de bedrijfsunits verandert de aard van de bedrijvigheid, zolang zijn niet tot een zwaardere milieucategorie behoren dan 3.1. De heer Sondaar heeft aangegeven dat hij nu alleen een showroom naast zich heeft en straks wellicht een ander type bedrijf. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het nu reeds mogelijk dat de heer Sondaar een werkplaats voor auto's naast zijn woning krijgt. De vraag is dan ook of de gedeeltelijke verandering van het gebruik van het perceel Kroon, te gevolge van de bouw van bedrijfsunits een verslechtering is.  

17.  Geluidsgevoelige objecten De Werf; Gesteld is door mevr. Westveen dat de bedrijfswoningen op De Werf ook geluidsgevoelige objecten zijn en dat daarmee rekening gehouden zou moeten worden bij de bouwplannen voor De Werf. Zij ging er van uit dat in het bestemmingsplan wordt gesteld dat bedrijfswoningen geen geluidsgevoelige objecten zijn. Hierbij is gedoeld op de onderbouwing in het bestemmingsplan ten aanzien van de nieuwe bouwplannen. Hierin wordt echter gesproken over bedrijfspanden en niet over bedrijfswoningen. Bedrijfswoningen zijn inderdaad geluidgevoelig, maar met de betreffende bouwplannen worden deze niet mogelijk gemaakt. Bedrijfspanden (schuren, hallen etc.) zijn niet geluidgevoelig en onderzoek hiernaar op het gebied van akoestiek is dan ook niet noodzakelijk. De bestaande bedrijfswoningen blijven gehandhaafd. Hier verandert niets aan, waardoor sprake is van een bestaande situatie. Akoestisch onderzoek is dan ook niet nodig.   In de vigerende plannen is categorie 3 mogelijk en op het perceel van auto Kroon een garagebedrijf. In het nieuwe bestemmingsplan is dit vertaald naar  categorie 3.1 voor wat betreft de locatie van de te bouwen bedrijfsunits (mits ingestemd wordt met punt 4). Op het terrein van het garage- en autoschadeherstelbedrijf zal geen andere bedrijvigheid toegestaan worden dan in het vigerende plan (mits ingestemd wordt met punt 4). Hierdoor zal geen sprake zijn van een zwaardere categorie bedrijvigheid dan volgens het vigerende plan reeds toegestaan is. Daarnaast blijven dezelfde afstandeisen gelden. Dit staat nog niet in de Nota zienswijzen en toelichting. Hierin zal een uitgebreidere motivering opgenomen worden.  

18.  Parkeren in de bestemming ´tuin´ in beschermd dorpsgezicht; Ten aanzien van het parkeren in de tuin bij beschermde dorpsgezichten wordt voorgesteld om het parkeren toe te staan op de opritten, waarbij het begrip oprit in de begrippen wordt verklaard en waarbij een maximale breedte aan de oprit wordt gekoppeld, zodat niet de gehele voortuin als oprit kan worden gezien. 
 
Door op onderstaande link te klikken kunt u het voorgestelde bestemmingsplan inzien

http://www.loenen.nl/index.php?simaction=content&mediumid=1&pagid=427&stukid=2263


Uw mening telt!

Op welke plaats moet het nieuwe gemeentehuis komen zodat het voor iedereen ongeveer een gelijke afstand is? Het is bewezen dat de plaats bepalend is voor het ontwikkelen van het gebied.




Tommy kartonnen doos.jpg
Breukelen Dannegracht 1.jpg
uil.jpg
hortensia met rijp.jpg